De geschiedenis van het IFOH

Het Inspirational Forum for Organisational Health heeft haar geschiedenis in een aantal internationale, informele contacten, die begin zestiger jaren ontstonden rond het thema "geestelijke gezondheid in de industrie". Tot dit informele netwerk behoorden onder andere de Zweedse sociaal-psychiater/management consultant Erland Mindus, de Engelse psychiater Roger Tredgold, de Nederlandse arts Max van Alphen de Veer, Alan McLean, IBM-USA, Rolph Jech - Oostenrijk, Basil Bazas - Griekenland, Olga Maçek - Joegoslavië, Francesco Novara, Olivetti - Italië, om enkele pioniers uit het zich toen aftekenende veld te noemen. Zij waren geïnteresseerd in geestelijke gezondheid en ziekte in de industrie.

Er was bij deze professionals behoefte aan uitwisseling van ervaringen. Ondanks grote cultuurverschillen in maatschappij, bedrijfsorganisatie en professionele achtergrond bleek het onderling contact lonend zodat men elkaar geregeld bleef ontmoeten. Tijdens een congres van de "World Federation for Mental Health" in Bern in 1964, met als congresonderwerp: "Mental health and rapid industrialisation", troffen een aantal van deze pioniers elkaar opnieuw. Zij besloten hun losse contacten meer te structureren. De World Federation bleek echter niet ontvankelijk voor de suggestie een nieuwe sub-organisatie in haar gelederen op te nemen. Daardoor werd in Bern besloten tot het oprichten van een eigen organisatie. In het jaar daarop - 1965 - werden deze pioniers uitgenodigd om naar Eindhoven te komen. De doelstellingen en plannen werden gezamenlijk geformuleerd. Op 25 januari 1966 werd het "International Committee for Industrial Mental Health" formeel opgericht als een Nederlandse stichting.

Max van Alphen de Veer, directeur van de medische dienst van Philips, is de eerste president. Onder zijn leiding krijgt het netwerk een eerste infra-structuur. Het zal vooral ten diensten staan van de in de statuten opgenomen doelstelling jaarlijks een conferentie te organiseren voor de kring van professionals, ergens in Europa. Telkens zal daarin een actueel thema uit de gezamenlijke interessesfeer aan de orde worden gesteld.
Aanvankelijk is vooral het ontvangende land verantwoordelijk voor de verzorging en de inhoud van het programma. De informele, op ervaringsuitwisseling gerichte contacten blijven een belangrijk kenmerk van de jaarlijkse conferenties. De door "kom-af" onderling verschillende aanpak en benadering, de bewustwording van relativiteit van professie en nationale cultuur geven de deelnemers aan de conferenties inspiratie voor het eigen werk in de thuissituatie. De ruimte voor pluriformiteit in opvattingen kan to zijn recht komen doordat bij de organisatie van de conferenties veel zorg besteed wordt aan de kwaliteit van de onderlinge communicatie en uitwisseling van ervaringen van de deelnemers. In de zeventiger jaren blijkt in de zich ontwikkelde groep aangeslotenen een aantal "scholen" of paradigma's te onderscheiden: de meest oorspronkelijke is de sociaal-psychiatrische benadering van organisatieproblematiek. Daarnaast zijn er vertegenwoordigers van kwantificerend sociaal-wetenschappelijk onderzoek, praktijkgerichte bedrijfsgeneeskundigen en tenslotte ook opleiders/trainers voor personeelswerk en sociale vaardigheden. Zowel bij de interventionisten als bij de onderzoekers zijn in hun werk aspecten van geestelijke gezondheidszorg aan de orde. Op de internationale conferenties komen ze bijeen, terwijl in de dagelijkse praktijk, juist door de onderscheiden paradigma's, van onderlinge samenwerking veelal weinig terecht komt.

Op 26 september 1972 volgt er in Eindhoven een naamswisseling: "International Committee for Industrial Mental Health". De verbijzondering naar de industrie is niet meer relevant, geestelijke gezondheidsproblematiek doet zich voor in alle vormen van organisatie werk: leger, overheid, onderwijs en dienstverlening.


Uit 'Charles Handy, Gods of Management', uitg. Arrow.


Nationale groepen
Met het groeien van het ledenbestand ontstaan, eerst in Scandinavië (Ricardo Edström, Gunnar Nerrell) en Engeland (Jerry Erskin en Joe Kearns) en later in Nederland, nationale netwerken die in dezelfde werkstijl multi-professionele ervaringsuitwisselingen organiseren.

Tijdens de internationale ICOMH-conferentie in 1980 te Athene namen een aantal deelnemers uit België en Nederland het initiatief om een Nederlandstalige afdeling op te richten o.a.: Paul Verhaegen, André Meers en Jan van Mulders uit België en Harry Leyssen, Cees Bense, Jan-Piet Kuiper en Jaap Doeglas uit Nederland.

Dan nodigt Jaap Doeglas de "Athene-gangers" en een aantal deelnemers van de Boerhaave-conferentie - die begin 1981 te Noordwijkerhout was gehouden - uit om op 25 maart 1981 in Eindhoven samen te komen. ICOMH-BENE (België-Nederland) is een feit.

In 1983 zijn voorzitter- en secretaris/penningmeesterfuncties van het internationale ICOMH-bestuur in Nederlandse handen. Nederland is in dat jaar ook gastheer van de internationale conferentie te Amsterdam mat als thema "Mental Health and the Economic Recession". In 1986 krijgt de Belgisch-Nederlandse groep een formeler karakter. Er komt een bestuur, een huishoudelijk regelement wordt opgesteld en er wordt een contributie geheven.


ICOMH-BENE
Jaarlijks worden er door ICOMH-BENE - zo mogelijk afwisselend in België en Nederland - drie dagbijeenkomsten georganiseerd. Deze vinden in het algemeen plaats bij een bedrijf of een instelling, waarin één der leden werkzaam is. Dit lid treedt daarbij tegelijkertijd als gastheer/vrouw op. Actuele en op de praktijk gerichte onderwerpen betreffende de gezondheid van mensen in bedrijven en organisaties worden behandeld. Op deze wijze maakt men kennis met elkaars werk en ervaringen.

Een deel van de groep bezoekt telkens de jaarlijkse internationale conferenties van het ICOMH. Deze driedaagse bijeenkomsten behandelen brede thema's en bieden tevens gelegenheid tot onderlinge uitwisseling van kennis en ervaring. Ze krijgen de laatste jaren steeds meer het karakter van werkconferenties.
In 1987 komt men bijeen in Cambridge met het thema "Understanding the human element in work". In 1988 gaat het in Oslo over "Work satisfaction and mental Health", nader omscheven met "The influence of the organisation and wider environment on the individual". Vrouwelijke en mannelijke managers uit het bedrijfsleven geven hun visie op noodzakelijk geachte veranderingen van organisaties en de gevolgen daarvan voor mensen.

Organisational Health
Een jaar later is men bijeen op de universiteit te Stirling en werkt men met de thematiek "Organisational Health - The strategy for the future - Bridging the gap". Het onderwerp wordt in onderdelen behandeld. Van belang is dat de organisatie uitgangspunt en basis wordt voor de gezondheid van de daarin werkzame mensen. Bedrijfsgezondheidszorg is niet langer een enigszins in de organisatie verborgen onderdeel dat een aantal ondersteunende bijdragen verleent, maar treedt binnen de organisatie voor het voetlicht om vanuit haar discipline - medische, psychologische en sociale - een reëel partnership te vormen samen met hen die op beleidsniveau en ook uitvoerend verantwoordelijk ("accountable") zijn voor de gezondheid van de organisatie en haar medewerkers. Zo kan ook de "gap" tussen manager en gezondheidswerker worden overbrugd. De organisatie wordt zich bewust van de veranderingen die daarvoor nodig zijn. Er wordt gesproken van een "paradigm shift".

In oktober 1990 werkt men in Luzern aan het thema "Understanding and implementing organisational health", een nadere uitwerking van Stirling. De conferentie resulteert in het besluit de naam "International Committee on Occupational Health" (ICOMH) te wijzigen in "International Forum for Organisational Health" (IFOH). Het nieuwe begrip wordt voorzichtig omschreven met "Committed to the development and maintenance of the health of organisations and of the individual within the workplace". Het wordt duidelijk dat, in een steeds nadrukkelijker dialoog met de organisatie, de bedrijfsgezondheidszorg toenemend bedrijfsspecifiek wordt. Meer disciplines gaan samenwerken waarbij naast het verlenen van standaardproducten nieuwe preventieve en bedrijfsgerichte activiteiten worden ontwikkeld en uitgevoerd. De bedrijfsgezondheidszorg wordt een integraal onderdeel van het (sociale) beleid van de organisatie.

Binnen dit kader werkt ook IFOH-BENE verder als een interdisciplinair platform van professionals, die een nadere ontwikkeling van doelstelling en werkwijze op praktische wijze kan en wil garanderen.


Lijst van presidenten van het IFOH periode 1989 - 2000

Harold Bridger
Sociaal wetenschapper, Tavistock Institute for Human Relations te Londen UK
President van 1989 -1991
Discussie over de toekomst van occupational mental health.

Lasse Bjork
Veiligheidskundige en manager , Bygghalsen Zweden
President van 1991-1993
Discussie over gezondheidsmanagement in bedrijven

Mary Manolias
Psycholoog als beleidsmedewerker verbonden aan de Home Office te Londen UK
President van 1993 - 1995
Discussie over de gezondheid & psyche van medewerkers in organisaties.

Maurice de Valk
Bedrijfsarts -directeur / universitair docent , Adviesgroep Intermedic te Den Haag
President 1995-2002
Discussie over kwaliteit, gezond werk, duurzaam ondernemen en zingeving.


Er werden vanaf 1990 zes belangrijke internationale conferenties georganiseerd:

- Zweden : Goetheborg, 1991,
- Nederland: Oisterwijk, De Rosep, 1993,
- Verenigd Koninkrijk: Egham, Royal Holloway College, 1994,
- Belgie: Brugge, Saaijshalle, 1995,
- Nederland: Den Haag, Koninklijk Instituut voor Ingenieurs, 1998,
- Noorwegen: Oslo, Soria Moria instituut, 2000.


Huidige stand van zaken binnen het IFOH

Hoe internationaal is het International Forum?
Het jaar 2001 was een bijzonder belangrijk jaar voor het Nederlandse IFOH (voorheen IFOH-BeNe). Na intensief overleg met de leden hebben wij in dat jaar de beslissing genomen om zelfstandig verder te gaan en onze energie op de eigen achtertuin te richten. Op de laatste bestuursvergadering van de International Board, op 1 december 2001 in Londen, werd dit officieel een feit. We zijn nu een soeverein forum en handhaven voorlopig de naam IFOH.

Deze ontwikkeling was het logisch gevolg van de eenzijdige groei binnen het IFOH die Nederland doormaakte in ideeën en uitwisseling van 'good practice', terwijl de andere fora eigenlijk al jaren op een status quo bleven steken en met steelse blikken naar de Nederlandse ontwikkelingen keken. De bijeenkomsten en lezingen in Nederland zijn inhoudelijk en qua sfeer van een steeds betere kwaliteit geworden.