|
|
|
|
     
|
|
Ronde tafel "Vergrijzing: kans of bedreiging"
references
Productiviteit oudere werknemers vergt respect en goed
verandermanagement
Inhoudsopgave
1. Vergrijzing van de werknemers
2. Vooroordelen over oudere werknemersInzetbaarheid
3. Leeftijd is meestal onbelangrijk
4. Een oudere is soms meer waard dan 3 jonkies
5. Ouderen kapitaliseren in plaats van afschrijven
6. Ouderenbeleid
7. Verandermanagement begint nu
1. Vergrijzing van de werknemers
Nog een paar jaar, en dan is de grootste groep werknemers ouder dan 45.
Grote hoeveelheden kennis en ervaring, opgeslagen in de hoofden van
deze groep werknemers, zullen straks dus massaal met pensioen gaan.
Natuurlijk probeert het kabinet de pensioengerechtigde leeftijd te
verhogen, maar dat zal de komende jaren nog geen soelaas geven.
Uiteraard is de inzet van kennismanagement mogelijk. Maar hoe kunnen de
ervaring en relaties die juist deze grijze doffers vaak in tientallen
jaren hebben opgebouwd, worden vastgelegd?
In de afgelopen decennia is van ouderen een beeld opgebouwd, dat ze
minder productief zijn, minder nieuwe dingen kunnen leren, meer ziek
zijn enzovoort. Nu worden we geconfronteerd met de selffulfilling
prophecy dat veel oudere werknemers zich hier ook naar gedragen, in
veel gevallen ondersteund door de vakbonden en zelfs helaas ook vaak
door het management. (Zie ook ‘Macht: de vijand van innovatie,
verandering en verbetering’.) En dit nu is één van de grootste
valkuilen waar een bedrijf in kan trappen; over een paar jaar vormen de
50-plussers relatief de grootste groep werknemers in het bedrijf. Als
organisaties maximaal willen blijven profiteren van deze steeds groter
wordende groep medewerkers, dan moet het management niet enerzijds
vallen over een dubbeltje en anderzijds vele duizenden of miljoenen
euro's laten liggen door het afschrijven van deze groep. (Zie ook ‘Wat
kost een ineffectieve manager?’.)
2. Vooroordelen over oudere werknemers
Laten we eerst eens een paar vooroordelen aan de kaak stellen. Uit
onderzoek van Erik Jan van Dalen, adviseur en onderzoeker bij TNO
Kwaliteit van Leven, is gebleken dat ouderen zeker niet zo traag, star,
zwak, ziek en misselijk zijn als vaak wordt aangegeven. Een aantal
misverstanden op een rijtje:
2.1 Inzetbaarheid
‘Ouderen zijn door hun lichamelijke beperkingen minder inzetbaar dan
jongeren.' Niet waar. Op een paar uitzonderingen na (stratenmakers,
bouwvakkers) zijn er geen beroepen waar een voortdurend beroep wordt
gedaan op lichamelijke functies. Anders zouden die te dikke
politiemannen toch allang ontslagen zijn? Natuurlijk, we gaan wat
slechter zien als we ouder worden. Maar daarvoor zijn er leesbrillen op
de markt.
2.2 Vermogen om te leren
'Vijftigplussers nemen slechter nieuwe kennis op dan jongeren.' Niet
waar. Ze leren anders. Meer 'on the job', minder goed klassikaal.
Voorwaarde is wel dat iemand het niet verleerd is te leren. Wie twintig
jaar nooit meer iets nieuws heeft hoeven doen, heeft een probleem. Een
manager die twintig jaar lang een medewerker nooit meer iets nieuws
heeft laten doen, heeft ook een probleem: hij heeft iemand op de
payroll staan die zich niet meer kan aanpassen. (Zie ook ‘Uw
concurrentie optimaliseert en innoveert wel’.) Er is dan echter geen
sprake van vergrijzing, maar van falend verandermanagement door de
verantwoordelijke.
2.3 Ziekteverzuim
'Het ziekteverzuim neemt toe naarmate mensen langer in hun functie
zitten.' Dat is wel waar. Stilstand is achteruitgang, het zorgt voor
een verlies aan inspiratie, en wie niet langer bevlogen is, meldt zich
vaker ziek. Maar dat heeft maar heel weinig met leeftijd van doen.
Jongeren die lang dezelfde functie uitvoeren, zijn vaker ziek dan
ouderen met wisselende werkzaamheden.
3. Leeftijd is meestal onbelangrijk
De weerlegging van genoemde stellingen is van Erik Jan van Dalen. Hij
sprak onlangs op een congres van Randstad. Volgens Van Dalen draait het
helemaal niet om de leeftijd van de werknemers. Waarom bedrijven zich
dan toch met leeftijdsbeleid bezig zouden moeten houden? Omdat mensen
wel leeftijdsgebonden kenmerken hebben. En omdat er sprake is
van 'achterstallig onderhoud'.
In 1981 was de grootste groep werknemers tussen 30 en 34 jaar. In 2020
zal dat tussen 50 en 55 zijn. Jezelf voorhouden dat je dan dus een
probleem hebt, is onzin. Je hoeft helemaal geen probleem te hebben. Als
je echter nu niets doet, dan krijg je het wel. En dan gaat het niet om
het invullen van je Balanced Scorecard, maar om people management. En
dat is wat er tegenwoordig vaak wordt vergeten. (Zie ook ‘Goed
management bestaat niet, goede managers wel’.)
4. Een oudere is soms meer waard dan 3 jonkies
“Ouderenbeleid is een vies woord”, zegt Roel Jasper, senior consultant
van human resources-adviesbureau Gitp. “Alsof je jaren niets hoeft te
doen en dan opeens met de shovel erlangs gaat. We weten allemaal dat er
over tien jaar een gigantisch probleem ontstaat. Maar we doen allemaal
of de boiler nog lang niet leeg is. Krijgen we straks een koude douche
of kiezen we nu voor wat anders?”
“Je moet het dak repareren als het droog is”, zegt ook Erik Jan van
Dalen. De oplossing zit in mobiliteit op de werkvloer. “Mensen die lang
hetzelfde werk doen, worden inflexibel. Dat je je motivatie verliest,
dat voel je, maar dat je inflexibel bent geworden, merk je pas als de
baas jouw afdeling verkoopt. En dan is het te laat,” aldus Van Dalen.
Het is niet vooral in het belang van de werknemers om in ze te blijven
investeren, het is economische noodzaak.
4.1 Hoe IBM-Nederland hier mee omgaat
Neem IBM Nederland. In de afgelopen jaren ging zo'n 2% van de
werknemers jaarlijks met vroegpensioen. De komende jaren wordt dat 5%,
6%. “Dat zijn over het algemeen zeer ervaren medewerkers”, zegt Bert
Ferwerda, directeur human resources van IBM Benelux. “Je hebt bij wijze
van spreken twee of drie jonkies nodig om ze te vervangen.” Daar komt
bij, dat de pensioendatum naar achteren schuift. Tot nu toe kunnen
IBM'ers op hun zestigste eruit. Ferwerda is bezig met een regeling om
dat op te schuiven naar 65 jaar. “Je moet mensen wel in de gelegenheid
stellen om die extra vijf jaar gemotiveerd en in prima omstandigheden
hun werk te blijven doen.”
Ferwerda vertelt wat IBM aan instrumenten in huis heeft, zoals
verlofmogelijkheden en een cultuur flexibel te kunnen werken en je
eigen tijd in te delen. “Je moet mensen niet strak managen. Dat is een
belangrijk element om ouderen gemotiveerd te houden”, zegt hij. Volgend
jaar gaat IBM een 'werkvermogensmonitor' instellen, waarbij gekeken
wordt of de werknemer nog wel op de goede plek zit, of de kans loopt
uit te vallen. Ferwerda: “We vragen van mensen constante flexibiliteit
en de inzet om continu te blijven leren. Het maakt niet uit hoe oud
iemand is.”
Naast werkgever is IBM ook adviseur van andere bedrijven op
personeelsgebied. Vorige maand introduceerde het bedrijf wereldwijd
nieuwe adviesdienstverlening om bedrijven te helpen zich voor te
bereiden op de uitstroom van de babyboomgeneratie.
Dat begint bij de diagnose, vertelt John Werkhoven, partner van IBM bij
Business Consulting Services. “In sommige bedrijven is het niet eens zo
eenvoudig om boven water te krijgen hoeveel mensen de komende jaren
uitstromen. Het aantal zegt daarnaast niet zoveel. Misschien lijkt het
mee te vallen, maar als blijkt dat het toevallig allemaal werknemers
zijn die vitaal zijn voor het primaire proces, heb je wel een probleem.”
Na de vaststelling hoe groot de 'braindrain' is, volgt een analyse met
een aantal oplossingen. Dat kan van alles zijn, van advies hoe het
bedrijf de ouderen aan zich moet binden, hoe de bedrijfsprocessen
kunnen verbeterd, tot technologieën die IBM in huis heeft om
bijvoorbeeld het werken met de computer te vergemakkelijken voor mensen
met een lichamelijk ongemak.
HR-dienstverlening is een groeiende tak van IBM, zegt Werkhoven. “HR-
processen zijn inmiddels net zo belangrijk voor bedrijven als finance
of customer relation management.”
Wereldwijd werken 3500 mensen bij Human Capital Management van IBM. Het
is ook een wereldwijd probleem, dat zal leiden tot een internationale
concurrentiestrijd om het schaarse talent. Naar schatting tellen alleen
al de VS in 2020 een tekort van 17 miljoen werknemers.
5. Ouderen kapitaliseren in plaats van afschrijven
Op wat kleinere schaal adviseert het Nederlandse GITP bedrijven ook
over dit onderwerp. Het is niet altijd een welkome boodschap, vertelt
Jasper. Bedrijven zien ouderen eerder als een groep die je zo snel
mogelijk moet lozen, dan als mensen waarin je moet investeren. Dat
investeren is overigens breder dan het aanbieden van een cursus of een
training. “Het gaat er ook om mensen op projecten te zetten waar ze nog
net niet helemaal inpassen. Mensen moet je niet de hele tijd in
hun "comfort zone" laten zitten, je moet ze rekken.”
Om die reden pleit Jasper ook voor het afschaffen van het lifo-beginsel
(bij reorganisaties is de volgorde van ontslag: last in, first out).
Dat zorgt er maar voor dat werknemers achteruit gaan leunen als ze
ergens lang werken en zich niet langer druk maken over hun
eigen 'employability'.
Veel bedrijven denken het verlies van hun ervaren medewerkers goed te
kunnen maken door het aannemen van capabele opvolgers. Jasper legt
bedrijven voor: zou het niet goedkoper zijn als die oudere, ervaren
werknemers blijven en hun kennis doorgeven aan nieuwelingen zonder
ervaring? “Het is makkelijker te berekenen wat het kost als iemand
weggaat dan te kapitaliseren wat iemand opbrengt die er al zit. Wij
zeggen: neem de gok aan de onderkant. Neem eens een vrouw aan die een
tijdje uit het arbeidsproces is geweest. Je kunt niet alleen jonkies
aannemen met de juiste ervaring, want die zijn er straks niet meer.”
6. Ouderenbeleid
In plaats van te wijzen op de gebreken die komen met het ouder worden,
kunnen bedrijven zich beter concentreren op de voordelen, vindt Van
Dalen. Ouderen hebben overwicht en overzicht, hebben het politieke spel
in de vingers en hoeven niet meer zo nodig te 'scoren' in hun baan. En
ze vinden het nog leuk om hun kennis over te dragen ook.
Natuurlijk, er bestaat een groep die helemaal niet meer wil
veranderen. “Als iemand vastgeroest is, begin dan klein. Met een
vervanging tijdens ziekte of vakantie.” Kleinere bedrijven hebben
minder mogelijkheden om functies te rouleren, maar dat is op te lossen
met regionale samenwerking, zegt Van Dalen optimistisch.
Jobrotatie kost in eerste instantie alleen maar geld en tijd, geeft hij
toe. Zoals wel vaker blokkeert het kortetermijnnadeel het
langetermijnvoordeel. “Ouderenbeleid was helemaal niet nodig geweest
als we er tien jaar geleden mee waren begonnen.”
7. Verandermanagement begint nu
Hoewel het dus laat is, is het nog niet te laat. De oplossing voor het
probleem is een goed proces van verandermanagement. De cruciale eerste
stap hierin is het besef dat je ouderen niet moet zien als
minderwaardige werknemers waar je eigenlijk wel vanaf wilt. Meestal
zijn juist die oudere werknemers van grote waarde voor de organisatie,
gezien hun kennis en ervaring, en vaak ook als dragers van de cultuur
en de communicatie met de vaste klanten. (Zie ook ‘ De economische
waarde van kennis daalt steeds sneller’.) De waarde van de toepassing
van kennis via ervaring wordt steeds belangrijker en dat wordt veelal
onvoldoende onderkend.
Durf weer te investeren in de ouderen, opdat de selffulfilling prophecy
niet bewaarheid wordt, maar ouderen geďnspireerd, flexibel en
geprikkeld worden, zodat zij hun ervaringen kunnen overdragen aan de
volgende generatie.
Natuurlijk is de volgende generatie anders (zie ook ‘De generatiekloof
binnen organisaties’) en zullen er communicatiestoornissen optreden.
Daarom is het nodig dat het zittende management voldoende vaardigheden
heeft op het gebied van verandermanagement. (Zie
ook ‘Professionaliseren van veranderingsmanagement’.)
De heersende cultuur ten opzichte van oudere werknemers moet om.
Ouderen rustig door het putje spoelen is een ernstige vorm van
kapitaalvernietiging.
In de rubriek
'Veranderingsmanagement'
vindt u meer artikelen over dit onderwerp.
------------------------------------------------------------------------
Over dit onderwerp organiseren wij geregeld web seminars waaraan u
gratis kunt deelnemen. Data vindt u in de agenda.
U kunt zich aanmelden via het aanmeldingsformulier.
Delen van dit artikel zijn ontleend aan:
Hilda Bouman, ‘Bedrijven moeten ‘braindrain’ voorblijven’. In Het
Financieele Dagblad. 27 oktober 2005
© ZBC
|
|
|
|
|
|
|